Blog

Appeltaart, blockchain en AI — de tijdcapsule negen jaar later

Mijn blockchain-tijdcapsule leek vooral een bezorgprobleem. Negen jaar later blijkt vertrouwen het echte vraagstuk — en AI maakt dat alleen maar urgenter.

In 2017 schreef ik een stuk over een tijdcapsule. Het idee: stel dat je over 10, 20 of 50 jaar een bericht wilt sturen naar je kleinkind: een levensles, een verhaal, of gewoon je lekkerste appeltaartrecept. Niet via Gmail of een of andere website, want wie zegt dat die er over een halve eeuw nog zijn? Maar via de blockchain: je legt het bericht vast in een slim contract dat pas op een afgesproken datum 'wakker' wordt.

Het mooiste onderdeel vond ik destijds de gouddelver. Omdat je niet weet of er in 2067 nog een mailserver bestaat, reserveer je in het contract een beetje waarde — een klompje goud. Iemand in de toekomst vindt dat contract, levert een werkende mailserver én zijn wallet-adres aan, het bericht wordt bezorgd, en hij krijgt zijn klompje goud. Eigenbelang als motor, geen enkele partij die je hoeft te vertrouwen.

Ik lees het nu terug met de bril van AI op. En grappig genoeg zie ik daardoor scherper welk deel ik bij het juiste eind had en welk deel eigenlijk het échte probleem was.

Het makkelijke deel was niet het probleem

Toen draaide mijn hele verhaal om het bezorgen: hoe krijg ik dat bericht in 2067 de deur uit? Achteraf is dat het makkelijke deel. Bezorgen werd toen al goedkoper, en is nu bijna gratis. Een AI-agent draait in tien seconden een mailserver op, vindt een route en levert af. Daar hoef je je over vijftig jaar geen zorgen over te maken.

Het moeilijke deel, het deel dat de tijd écht moet doorstaan, was iets anders: hoe laat je een intentie overleven zonder afhankelijk te zijn van één partij die blijft bestaan én bereid blijft mee te werken? Dat is geen bezorgprobleem. Dat is een vertrouwensprobleem. En laat dat nou precies het probleem zijn dat door AI alleen maar groter wordt.

De bouwstenen van de gouddelver zijn er al

Eerst het leuke nieuws: het principe achter mijn gouddelver is geen sciencefiction meer. In 2017 stelde ik me een mens voor die in de toekomst een Postfix-image opstart om de buit binnen te halen. Vervang "mens" door "autonome AI-agent met een eigen wallet" en je hebt iets dat nú aan het ontstaan is: agents die zelfstandig opdrachten zoeken, uitvoeren en zich in crypto laten betalen.

De prikkel-gestuurde, onbekende uitvoerder die ik beschreef, blijkt geen toekomstmuziek maar een bouwsteen van vandaag. De bouwstenen van wat ik me voorstelde voor 2067 zitten nu in de gereedschapskist. Dat deel had ik goed: weliswaar in een iets andere vorm.

Van bevroren briefje naar een pratende grootvader

Maar AI verandert ook wát je in die capsule stopt. In 2017 was het een stuk tekst: een recept, wat wijsheid. Leuk, maar statisch.

Nu kun je iets heel anders meegeven. Een model, getraind op je teksten, je stem, je manier van denken. Geen briefje dat in 2067 wordt voorgelezen, maar bijvoorbeeld een grootvader die je nooit gekend hebt en waarmee je tóch een gesprek voert. Die vraagt hoe het op school gaat. Die uitlegt waaróm er een mespunt kaneel extra in de appeltaart kan, en hoe je voorkomt dat de bodem klef wordt.

Dat is prachtig en ongemakkelijk tegelijk. Want hoe weet je kleinkind dat die digitale grootvader getrouw is, en niet onderweg bijgesteld door wie dan ook? Mijn eigen side note van toen ()"bestaat dat e-mailadres in 2067 nog wel?") blijkt veel groter dan ik dacht. De échte vraag is niet of het adres nog bestaat, maar of de identiteit nog klopt.

Het echte probleem: niet bezorgen, maar bewijzen

En hier valt alles op zijn plek. In mijn oude verhaal was de blockchain vooral het bezorgmechanisme. Maar in een wereld waarin AI eindeloos veel tekst, stemmen en beelden kan genereren — en vervalsen — verschuift de waarde naar de andere helft van de blockchain: niet het versturen, maar het bewijzen.

Stel dat in 2067 die boodschap binnenkomt. De vraag is niet meer "hoe is dit bezorgd?", maar: "hoe weet ik dat dit echt van opa is, ongewijzigd, vastgelegd in 2017, en niet vorige week verzonnen door een of ander model?" Dáár is een onveranderlijk, gedateerd commitment op de blockchain precies goed voor. Het is een herkomst-anker.

Met andere woorden: AI maakt de helft van mijn oude idee die ik het meest interessant vond (het slimme bezorgen) een stuk minder bijzonder. En de helft die ik er in had gestopt (de onveranderlijke vastlegging) juist veel waardevoller.

Twee helften van dezelfde munt

In 2017 schreef ik een blockchain-artikel, en schrijf ik nu een AI-artikel. Maar het gekke is: het gaat over hetzelfde.

AI is genererend, vluchtig, overvloedig en niet te vertrouwen op zijn woord. De blockchain produceert niets, maar is verifieerbaar, onveranderlijk en draagt herkomst. De een maakt, de ander bewijst. In een wereld waarin maken bijna gratis wordt, wordt bewijzen het schaarse goed. Generatie heeft verificatie nodig.

Twee helften van dezelfde munt

Blockchain en AI zijn al jarenlang twee aparte fascinaties. Maar die appeltaart-tijdcapsule van negen jaar geleden zat er al middenin, ik zag alleen nog niet waar ze elkaar raakten.

Side note 1: het lastigste probleem heb ik nog steeds niet opgelost, en AI helpt me daar niet bij. In 2017 vroeg ik me af of die mailserver in 2067 nog bestaat. Inmiddels heb ik dat ingeruild voor deze vraag: bestaat die blockchain dan nog, is dat klompje goud nog iets waard, en — vooral — kan iemand die private sleutel over vijftig jaar überhaupt nog gebruiken? Sleutelbeheer over een halve eeuw is misschien wel moeilijker dan welke server dan ook.

Meer weten?

In deze reeks kijk ik elke keer naar een alledaags probleem door de bril van een nieuwe technologie. Vroeger blockchain, nu vooral AI. Niet om de techniek zelf, maar om te ontdekken welk probleem hij nou echt oplost. Heb je een idee dat de IT-drempel over moet, of gewoon zin om hierover door te praten? Mail of bel gerust.